Extra informatie diverse producten

Voor 16.30 uur besteld, morgen in huis*  |  Gratis verzending vanaf € 50,00 |  Bekijken en gelijk meenemen in onze showroom!

!

Galileothermometers

De Italiaanse wiskundige Galileo Galilei (1564-1642) wordt algemeen gezien als de uitvinder van de thermometer. In 1593 bouwde hij een thermoscoop, een instrument met een lange, rechte buis die van boven was afgesloten door een glazen bol. Het andere (open) uiteinde stond in een bak water stond. Hoe warmer het werd, hoe meer de lucht in de bol uitzette en hoe verder de waterkolom in de buis omlaag werd gedrukt. De thermoscoop, die beschouwd wordt als de voorloper van de thermometer, werd eerst gebruikt om de wijn-temperatuur te meten en mogelijkheden voor koeling te onderzoeken. De in Alkmaar geboren natuurkundige Cornelis Drebbel maakte in 1612 een vergelijkbaar instrument, waardoor hij ook wel genoemd wordt als uitvinder van de thermometer. Dankzij hem kreeg het instrument in ons land bekendheid.

De Galileithermometer die wij tegenwoordig kopen is een thermometer in de vorm van een gesloten glazen cilinder waarin zich een doorzichtige vloeibare koolwaterstof en verschillende gekleurde glasbelletjes bevinden.  Bij een temperatuurverandering gaan de belletjes omhoog of omlaag. Elk gewichtje heeft zijn eigen karakteristieke temperatuur waarbij het in de vloeistof begint te zweven.

De productie van deze thermometers is zeer bewerkelijk en haast volledig handwerk. De vloeistof is vrij van Cfk's, niet licht ontvlambaar en geeft geen gevaarlijke dampen. Indien de thermometer kapot gaat, kunt u de plek schoonmaken met gewone schoonmaakmiddelen en door de kamer goed te luchten kunt u de lucht kwijt raken.

Hoe af te lezen:

De dichtheid van vloeistoffen veranderd bij verschillende producten. De temperatuur wordt door de aan de bolletjes hangende loodjes aangegeven.

Het verschil in gewicht tussen de verschillende bolletjes is slechts 0,002 gram. Dit garandeert een precisie van 1 graad Celsius. Als de temperatuur stijgt dalen de bolletjes langzaam naar beneden. Bij een dalende temperatuur stijgen de bolletjes weer naar boven. De temperatuur kunt u aflezen op het loodje van de laagst nog drijvende bol.

Klik hier om naar de galileothermometers toe te gaan

Thermometers

De thermometer is eind 16e eeuw in Italië uitgevonden door Galileo Galilei. Het duurde ruim een eeuw voordat een goede schaalverdeling werd ingevoerd. De thermometers waren eerst gevuld met water en later met alcohol en werden toen nog aangeduid als thermoscoop. Die instrumenten waren niet zo betrouwbaar. Gabriël Fahrenheit (1686-1736) maakte indertijd in Amsterdam de eerste betrouwbare thermometers ter wereld. Hij gebruikte kwik en de glazen buis sloot hij aan de bovenkant af, zodat zijn thermometer niet reageerde op luchtdruk-veranderingen. Getallen met een minteken waren in zijn tijd ongebruikelijk en daarom zette hij 0° bij de laagste temperatuur die hij bereikte in een mengsel van ijs, zout en salmiak. Het vriespunt en kookpunt van water zijn de andere vaste punten van de Fahrenheit-schaal.

De Zweedse natuurkundige Anders Celsius (1701-1741) zette op zijn thermometer 0° bij het kookpunt en 100° bij het vriespunt van water. Zijn opvolger, de Zweedse astronoom Strömer, draaide de getallen om en plaatste 0° bij het vriespunt en 100° het kookpunt van water. Om verwarring te voorkomen is men die verdeling de schaal van Celsius blijven noemen.

Klik hier om naar de thermometers toe te gaan

Min / Max thermometers

De maximale temperatuur sinds de laatste reset kunt u aflezen aan de onderkant van de markering op de rechter schaal. De minimale temperatuur sinds de laatste reset kunt u aflezen aan de onderkant van de markering op de linker schaal.

Reset: Druk op de reset toets tot dat beide markeringen op de transparante aanwijs-kolom staan.

Plaatsing:

U kunt het apparaat met een spijker/schroef aan de wand bevestigen. De nabijheid van verwarmingselementen en direct binnenvallende zonnestralen voorkomen.

Storingswijzer:

De aanwijs-kolommen zijn met een gepatenteerde, milieuvriendelijke vloeistof gevuld. De vloeistof-kolom kan zich bv. tijdens het transport scheiden of kan luchtbellen vormen. Dit is geen productiefout. U kunt het eenvoudig zelf verhelpen door de thermometer ondersteboven te houden en op de knop te drukken tot de markeringen helemaal bovenaan de schaal staan. Draai het instrument daarna om en schud het 1x krachtig (net als bij een glazen koortsthermometer) Herhaal deze procedure indien nodig. U kunt de markeringen met de knop op de indicatie-kolom weer instellen.

Als de markeringen in de heldere vloeistof zijn gezakt, kunt u deze met een magneet weer in de gekleurde vloeistof terugbrengen.

Klik hier om naar de min/max thermometers toe te gaan

Weerstokje

De legende van het weerstokje
Lang geleden leefde er een ontdekkingsreiziger Dee Gree genaamd. Hij was constant op zoek naar antwoorden op zijn vragen. Waarom, waar en hoe waren zijn levensvraagstukken. De antwoorden op zijn vragen brachten hem en zijn mensen veel voordelen.
Dee Gree's dochter Mercury was een prachtig kind met bijzondere krachten. Zij kon het weer voorspellen. Ze voorspelde regen en zonneschijn, maar vaak was het een beetje van beide. Dee Gree was erg gesteld op haar en was ervan overtuigd dat de zon speciaal voor haar op kwam en onder ging. Echter, het noodlot trof de ontdekkingsreiziger. Op een dag stak er onverwacht een buitengewoon hevige storm op die de arme Mercury, die het mogelijk wel heeft zien aankomen, meespoelde en daardoor verdronk.

Dee Gree raakte overspannen, maar hij was er zeker van dat hij Mercury's krachten zou ontcijferen om te voorkomen dat deze tragedie ook zijn mensen zou treffen. Zijn voortdurende vragen zorgden voor onrust in het land. Hij zocht hoog, laag, overal, weken, maanden zonder onderbreking totdat Moeder Natuur hem vrede en rust gunde en zei dat hij het in een boom moest zoeken.
Dee Gree was in z'n sas maar verstond het verkeerd. Hij dacht aan de "klimaatboom" met de fijne takjes die voor zijn dochters slaapkamerraam groeide. Na veel onderzoek had Dee Gree plotseling het antwoord: de takken bogen naar boven voor zon en naar beneden voor regen. Toen pas begreep hij zijn dochters geheim.

Sinds Mercury's geheim is verspreid hebt ook u enig inzicht in wat het weer morgen zal brengen omdat het weerstokje is ontwikkeld.
Belangrijk te vermelden is dat sinds het bestaan van Dee Gree in de hele geschiedenis nooit meer een persoon door een storm is weggevaagd die beschikte over het weerstokje en daarmee de weersvoorspelling kende.

Klik hier om naar het weerstokje toe te gaan

Donderglas

Het donderglas is zover bekend de oudste weervoorspeller. Er is schriftelijk bewijs dat in 1619, vijfentwintig jaar voor het experiment van Tirricelli, al donderglazen verkocht werden in de Nederlanden. Het vond waarschijnlijk zijn oorsprong in de zuidelijke Nederlanden in de buur van Luik. Het donderglas, ook wel stormglas of weerglas genoemd, werkt net als een barometer op drukverschillen. Het werd, ook na de uitvinding van de kwikbarometer, nog veel gebruikt, vooral op schepen; menig VOC-schip voor de wereld rond met een weerglas aan boord. De uitdrukking "gedonder in de glazen" stamt uit die tijd. Ook de uitdrukking "storm in een glas water" zou wel eens betrekking kunnen hebben op het stormglas. Antieke donderglazen zijn nu zeer zeldzaam en kostbaar. Onze donderglazen worden echter nog op dezelfde ambachtelijke manier vervaardigd en zijn ook nu nog zeer geliefd. Aangevuld met een passende achterwand is het decoratief object in elk interieur.

Werking:

Een stormglas is een prima weersvoorspeller, mits hij in een contstante temperatuur hangt. Bij temperatuurschommelingen werkt hij als een thermometer. Het water stijgt in de tuit bij een lage luchtdruk en daalt bij een hoge luchtdruk. Bij een aankomende storm kan het glas zelfs overlopen. Daarom is vaak onder het glas een lekbak geplaatst. Bij een los glas kunt u ook een stuk stof om de bol onderaan het glas strikken om druppelend water op te vangen. Het intrument werkt het best in een gelijmatig verwarmde ruimte. Hang hem niet in de felle zon of boven een verwarming.

  • Langzaam stijgen van het water in de tuit: Naderende stom, die mits hij niet van richting verandert, binnen 24 uur kan opsteken.
  • Snel stijgen van het water: Een storm nadert of is al in de buurt. Mocht hij van richting veranderen dan zal het water weer snel dalen.
  • Het water loopt uit de tuit: Een plaatselijke storm nadert snel en kan elk moment losbarsten.
  • Snel dalen van het waterpeil tijdens een storm: De storm is bijna voorbij
  • Waterstand constant rond het midden van de hals: Mooi bestendig weer

Vulinstructie:

Vul het glas met water (bij voorkeur gedestilleerd (apotheek), of gedemineraliseerd (supermarkt)) tot ca. 2 cm boven de aanzet van de tuit. Eventueel kleuren met enkele druppels kleurstof die wij te koop hebben, danwel het eventueel meegeleverde kleurstof. U kunt het glas nu ophangen; het peil van de dan heersende druk zal zich na enige tijd vanzelf instellen. Doordat het water langzaam verdampt zult u af en toe het glas moeten bijvullen.

Klik hier om naar de donderglazen toe te gaan

Regenmeters

De hoeveelheid neerslag wordt gemeten met een regenmeter, een trechtervormig instrument, waarmee de neerslag in een verzamelbak wordt opgevangen. De hoeveelheid regenwater wordt uitgedrukt in millimeters. Eén millimeter regen komt overeen met één liter water op een oppervlakte van één vierkante meter. Valt de neerslag in vaste vorm, bijvoorbeeld als sneeuw of ijzel, dan wordt de neerslag door een verwarmingselement in de regenmeter gesmolten. Eén millimeter smeltwater is te vergelijken met een sneeuw-hoogte van één centimeter.

Klik hier om naar de regenmeters toe te gaan

Zonnewijzers

Zonnewijzers hebben al een lange geschiedenis achter de rug. Hoe lang deze al bestaat is niet met zekerheid te melden, echter wordt de zonnewijzer al in de bijbel vermeld. Ook andere zonne-constructies die al lang bestaan zijn bijvoorbeeld: Stonehenge en land van Inca's en in India.

Werking

Het lijkt alsof de zon om de aarde draait, echter draait de aarde om haar as. Die as loopt van de noordpool naar de zuidpool. Daardoor lijkt het dat de zon ook om die poolas draait. De aarde draait niet alleen om haar as, maar maakt ook een jaarlijks een reis om de zon in een ecliptische baan. Door de hoek die de aarde maakt ten opzichte van de zon, verschilt daardoor de hoogte waarmee de zon aan de hemel staat. Dit verklaard ook de wisseling van de seizoenen.

Vroeger had elke plaats zijn eigen (zonnen)tijd. En in de 19e eeuw heeft met daar uniformiteit in aangebracht. Uitgaande van de meridiaan heeft met de aarde verdeeld in zones van 15 lengtegraden, waarvan de middelpunten telkens een uur in tijd met elkaar verschillen. Nederland ligt in de zone van Midden Europese Tijd.

Afwijking

Doordat de omloopsnelheid van de aarde om de on veranderd met de tijd van het jaar, loopt de zon soms voor en soms achter op onze gelijkmatige klokken. Door deze verschillen is er altijd een afwijking in de tijd die een zonnewijzer aangeeft. In de loop van het jaar kan het verschil tussen de "echte" tijd en de zonnetijd oplopen tot ongeveer een kwartier. We merken dit natuurlijk zelf ook dagelijks. De zon komt ook niet elke dag op hetzelfde tijdstip op, ook de tijd van het ondergaan van de zon varieert.. .

Het lijkt alsof de zon om de

Plaatsing

De zonnewijzer dient met de punt naar het noorden te worden geplaatst, hierdoor valt de schaduw van de staaf in theorie om 12:00 uur 's middags op het midden van de urenverdeling.
De meest eenvoudige manier om de zonnewijzer te plaatsen is door met behulp van lijm de zonnewijzer op een betontegel van 50 x 50
cm te bevestigen. Onder deze tegel kunt u het beste een laagje straatzand aanbrengen om verzakken te voorkomen.
Door meerdere tegels op elkaar te lijmen verkrijgt u een zware fundatie, wat de kans op diefstal of schade door vandalisme beperkt. Tegels en steenlijm zijn bij elke bouwmarkt verkrijgbaar. U kunt de zonnewijzer ook op een sokkel plaatsen, welke u dan vast lijmt op de betontegel.

Klik hier om naar de zonnewijzers toe te gaan

Weerhuisjes

Door de moderne huizen (goede isolatie) en het klimaat in Nederland kunnen weerhuisjes hier slechter werken. Mocht uw weerhuisje niet goed functioneren, kunt u de volgende tips proberen:

 

Wat u als eerste kunt proberen, is heel voorzichtig in het huisje voelen of de draad nog op spanning staat. Want als deze gebroken is, draaien de figuurtjes niet meer. Ook kunt u kijken of de figuurtjes wel vrij hangen van de bodem. Als ze de bodem raken, kunnen ze ook niet draaien.

Hangen ze vrij en is de draad niet gebroken, zou ik voorstellen om nogmaals de figuurtjes in te stellen. U kunt daarvoor onze handleiding gebruiken: http://www.mooiweershop.nl/contents/nl/weerhuisje.pdf echter kan ik u wel adviseren om er niet teveel aan te draaien, het draadje aan de binnenkant kan knappen, en deze is niet makkelijk te repareren.


Het kan ook liggen aan de luchtvochtigheid van de kamer. Als er altijd een raam open staat, is het misschien een idee om het weerhuisje naast het raam te plaatsen, om te kijken of de figuurtjes dan wel op het weer reageren.

Wat ook een reden voor het niet goed functioneren van uw weerhuisje kan zijn dat de woningen tegenwoordig te goed geïsoleerd zijn, en de meeste mensen centrale verwarming hebben, dat het weerhuisje daarom niet reageert op de weersveranderingen.

 

Ook kunt u proberen het weerhuisje tegen een ‘buitenmuur’ aan te zetten, dan wel op een overdekte plaats buiten te hangen.

 

Het maakt trouwens niet uit of het weerhuisje staat of hangt. Het draadje reageert op vochtigheid. Dus als het regent wordt de luchtvochtigheid groter en draait het mannetje naar buiten.

 

Klik hier om naar de weerhuisjes toe te gaan

Admiraal Fitzroy Stormglas

Het stormglas in onlosmakelijk verbonden met de naam Fitzroy, de eigenzinnige kapitein en meteoroloog, die befaamd werd om zijn zeereizen met Darwin op het schip "Beagle". In die tijd verdronken er nog veel zeelieden doordat de storm onverwachts toesloeg. Dit was een doorn in het oog van Fitzroy. Hij zorgde ervoor dat er op ieder schip en iedere haven een betrouwbare barometer kwam te hangen. Er bestaan nog veel zgn. Fitzroy barometers, karakteristiek om hun vele weerkundige teksten die erbij staan en om hun stormglas. Dit stormglas was zeer omstreden. 

Met ons product beleeft het stormglas een comeback, niet met de pretentie een perfecte weersvoorspeller te zijn, maar meer dan curiositeit en dan een hommage aan de grote barometer promotor Admiraal Fitzroy.

De werking:
De inhoud bestaat uit kamfer, alcohol, gedestilleerd water en enkele zouten. De temperatuur heeft grote invloed op de hoeveelheid opgeloste kamfer. Bij een hoge temperatuur (ca. 40 graden C) is alle kamfer opgelost. Bij een lage temperatuur zullen er weer meer kristallen ontstaan.

Een verklaring voor het feit dat het stormglas vroeger beter werkte dan hedendaags is zeker van de baroscoop vroeger veelal buiten hing: onder een veranda op een boerderij, Langs de kade van een haven, op een schip etc. en dat hedendaagse veelal in centraal verwarmde kamers hangt.
Wij willen u daarom aanraden niets van de baroscoop te verwachten. Beschouw hem als een aardigheid en een schril contrast met de barometer die ernaast hangt.

weersindicaties die bij de verschillende kristalgedragingen gegeven werden

Heldere vloeistof: mooi weer

Kristallen op de bodem: dichte lucht, in de winter vorst

Troebele vloeistof: regen

Troebele vloeistof met kleine kristallen: onweer

Grote vlokken: drukkend weer, bewolkte hemel, 's winters sneeuw

Draadvorming boven de vloeistof: winderig weer

Kleine puntjes: vochtig weer, mist

Stijgende vlokken: wind in de onderste luchtlagen

Kleine kristallen: in de winter mooi weer, sneeuw verwacht

Klik hier om naar de stormglazen toe te gaan

Barometer

De barometer was lange tijd, samen met de regenmeter en de thermometer buiten, ons particuliere weerstation. Vooral weersafhankelijke beroepen zoals vissers en boeren zwoeren erbij. Je kunt erop aflezen of het slim is om de zee op te gaan of dat je de combines kunt bestellen om het graan te dorsen.

De eerste barometer werd ontwikkeld in de 17e eeuw. Evangelista Torricelli (leerling van Galilei Galileo) ontdekte dat door luchtdruk water omhoog gebracht kan worden. Om te experimenteren heeft hij het water vervangen door kwik, aangezien dat kwik veertien maal zwaarder is dan water. (En er een kleinere buis nodig is, om resultaat te boeken). Hij leerde dat de hoogte van de kwikkolom een beetje varieert in samenhang met de weersomstandigheden. Als de kwik in de kolom zakte kwam er regen en storm. Bij stralend weer stond de kwik in de kolom hoog. Torricelli heeft echter geen schaalverdeling aangebracht op de kolom. Het was de Franse natuurkundige René Descartes die een schaalverdeling aan bracht op de kolom. Al vrij snel werd er voor thuisgebruik een barometer ontwikkeld. Sindsdien is het ontwerp nog een aantal keren aangepast tot het huidige ontwerp.

De barometer heeft een buis die een u-vormige bocht maakt onderaan. Daar vinden de schommelingen plaats. Een vlot boven op het kwik wordt door middel van draad en riemschijf met een tegengewicht verbonden. Wanneer het weer veranderd, beweegt het gewicht een wijzer over een wijzerplaat.  En wijdt de barometer het juiste weertype aan.

Voor het eerste gebruik dient u de barometer in te stellen op de actuele luchtdruk in uw omgeving. U kunt de actuele waarde vragen bij de meteorologische dienst, de opticien, vinden op het internet (o.a. hier, hier en hier) en op geijkte barometers aan openbare gebouwen. De thermometer en hygrometer zijn al ingesteld.

Klik hier om naar de barometers toe te gaan

Lichtmolentjes

De radiometer is een uitvinding van de Engelse weterschapper Crooks. De lichtmolen laat op een duidelijke wijze de verandering van licht in bewegingsenergie zien.

De zwarte vlakken van het zonnewieken nemen een grotere lichtenergie op als de lichte vlakken. Daarbij wordt, door het sterker verwarmen van de lichtmolecuul aan de zwarte kant van de wieken, een hogere druk, die zorgt voor de draaibeweging. Deze draaibeweging ontstaat door lichtinstraling van alle lichtbronnen behalve Neonlicht. Hoe sterker het licht is, des te sneller draaien de wieken. De draaikracht op de wieken moet daarbij groter zijn, dan de weerstand van de luchtmolecuul. Daarom wordt de glazen bol gedeeltelijk vacuum gemaakt.

Hiermee is een lichtmolen eigelijk een kleine zonne-energie-centrale.

Klik hier om naar de lichtmolentjes toe te gaan

Windwijzers en windhanen

De windwijzer bestaat meestal uit een metalen plaatje dat vrij beweegbaar is om een verticale as. Aan de ene zijde van de as heeft het plaatje een groter oppervlak, aan de andere zijde doorgaans een spits: het wijzende deel. Het wordt op een hoge plek geplaatst en zal door de winddruk in de wind draaien en zodoende de windrichting aanwijzen. Onder het wijzer is vaak een liggend kruis aangebracht, waaraan kan worden afgelezen wat die richting is: noord, oost, enzovoort. Er zijn ook windwijzers die elektronisch uitgelezen worden.

Ter verfraaiing krijgt het plaatje vaak een vorm, meestal die van een haan; een dergelijke windwijzer wordt wel windhaan genoemd. Maar ook andere afbeeldingen komen als windwijzer voor.

Van oudsher was het gebruikelijk een kruis, bol of haan te plaatsen op een toren, maar ook op een paal en ook op de kruin van een kerstboom en een Meiboom. Deze dienden als afweermiddel.

Met de kerstening werden deze symbolen behouden. Christenen gingen echter een band zoeken in de Bijbel en die vonden ze dan ook ten opzichte van de haan. De haan werd een attribuut van de apostel Petrus en verwijst naar diens verloochening van Jezus en zijn berouw daarover (Markus 14:72). Na dit voorval verkondigde Petrus volgens de overlevering het christelijke geloof tot aan zijn dood. In die betekenis staat het dier ook vaak afgebeeld op biechtstoelen.

Met de kerstening werd het kruis dus een christelijk symbool, alhoewel het in de heidense tijd een afweersymbool was, tezamen met de donderbeitel en de hamer. Voor de glansbal op een kerktoren konden die christenen echter geen verklarende tekst uit de Bijbel vinden. Deze glansbal is echter verwant aan de kerstbal.

De 'windhaan' draait soms niet met de wind mee. Deze haan op torenspitsen laat dus niet altijd zien vanuit welke richting de wind komt. Ook zijn er andere afbeeldingen op kerktorens te vinden. Zo staat bijvoorbeeld op de Martinitoren in de stad Groningen een heus paard, waarvan men zegt dat het zo groot is als een echt paard. Dat spreekt tot de verbeelding, maar er moet bij gezegd worden dat het paard een kleine pony is. De Kloosterkerk in Assen heeft een bazuinblazende engel op de torenspits. Op de spits van de Jacobikerk in Utrecht, is in de jaren 50 een jacobsschelp geplaatst.

Op Lutherse kerken staat doorgaans een zwaan. Volgens de christenen verwijst deze zwaan naar de theoloog Johannes Hus (Hus betekende in zijn landstaal: gans). In Praag werd hij in 1415 wegens vermeende ketterijen op de brandstapel gebracht. Hij zou toen uitgeroepen hebben: "Jullie verbranden een gans, maar er zal een zwaan uit zijn as herrijzen". Deze uitspraak zou een eeuw later (1517) in verband worden gebracht met Maarten Luther en zo werd de zwaan het herkenningsteken van de Lutherse kerk. De zwaan was echter in de heidense tijd een heilig dier en werd voornamelijk met mythische wezens als elfen en goede-vrouwen in verband gebracht. Zwanen spelen een belangrijke rol in de Germaanse mythologie en volkscultuur, daarom werd ook de zwaan door de christenen overgenomen en op kerktorens geplaatst.

Klik hier om naar de windwijzers toe te gaan

Digitale regenmeters

Er bestaan drie typen digitale regenmeters, waarvan de een matig tot slecht, de tweede redelijk en de derde goed tot zeer goed is.

Om met de “matige” te beginnen, deze werkt met het principe dat de druppeltjes die door het opvangoppervlak vallen, worden geteld. De grootte van het opvangoppervlak is zo gekozen, dat één druppel overeenkomt met één honderdste mm, zodat de hoeveelheid neerslag op het display tot op twéé cijfers achter de komma kan worden afgelezen. Dat lijkt extreem nauwkeurig en dat is ook zo, ware het niet dat deze regenmeter de onhebbelijkheid bezit om bij bepaalde, matig tot zware neerslagintensiteiten het tellen plots te staken en daar zit u dan met uw “nauwkeurige” meting! Verder is de opvangunit erg gevoelig voor vuil en het geheel raakt dan ook snel verstopt. De ervaring leert dat u deze regenmeter eigenlijk wel een a twee keer per week moet schoonmaken. Deze twee punten samen maken dat aanschaf van een dergelijk “digitaaltje” niet is aan te raden. Deze verkopen wij niet.

Het tweede type is ongeveer vergelijkbaar. Het water drupt hier op een soort lepeltje, dat door middel van een magneetje op zijn plaats wordt gehouden. Als het lepeltje een zekere hoeveelheid water bevat, wordt het te zwaar. Het klapt om, leegt daarbij zichzelf en keert in zijn oorspronkelijke positie terug. Dit type geeft de neerslag vaak in hele mm’s weer en dat werkt op zich goed, maar is wel wat grof. Lichte regenbuien leidden zo niet tot een registratie en als het droog wordt voordat er één mm is gevallen, kan het water in het lepeltje gaan verdampen. Verder zijn deze regenmeters wel onderhoudsvriendelijk. Als u 1 a 2 keer per jaar het lepeltje en het opvangtrechtertje schoonmaakt, zal hij maand in, maand uit, ongestoord zijn werk doen. Dat de nauwkeurigheid niet meer dan “redelijk” is, komt omdat het legen van het lepeltje een paar seconden in beslag neemt. Als het zeer hard regent, wordt daarmee wat extra water weggegooid. Toch blijkt deze fout wel mee te vallen. Erger is het dat het apparaatje rotsvast moet worden bevestigd. Tijdens windvlagen kan de meter licht gaan trillen, waardoor het lepeltje al eerder opklapt en dan 1 mm bij het totaal optelt, terwijl die hoeveelheid nog niet is gevallen. Bij stormachtig en nat weer kan dit type regenmeter daarom zo’n 10 tot 25% te veel gaan weergeven, maar onder vrij veel omstandigheden krijgt u toch een redelijk beeld van de hoeveelheid neerslag die is gevallen. Deze verkopen wij niet.

Het derde type digitale regenmeter is duidelijk de beste. Deze bestaat uit een twéétal opvangreservoirtjes, die aan elkaar zijn bevestigd en die rondom een horizontaal asje, als bij een wip, kunnen veren. Zodra de ene vol is, klapt hij om en leegt zich. Het verschil met het “lepel”-type is dat onmiddellijk het tweede, lege bakje dan onder de opvangtrechter schuift, zodat er nauwelijks water verloren gaat. Dit wordt ook wel het “kantelbak”-type genoemd. Dit type heeft een opvangoppervlak dat qua grootte vergelijkbaar is met een Hellmann-regenmeter en in plaats van om de 1 mm, geeft hij om de 0.2 mm een pulsje. Dat is behoorlijk nauwkeurig. De ervaring leert dat deze regenmeter zeer onderhoudsarm is en dat de nauwkeurigheid vrijwel vergelijkbaar is met een officiële regenmeter. Dit zijn de types digitale regenmeter die wij verkopen in onze webwinkel.

Klik hier om naar de digitale regenmeters toe te gaan